Verandering woonbijdrage predikant pastorie

WIJZIGING REGELING WOONBIJDRAGE PREDIKANTEN

Tekst: Jos Aarnoudse  Beeld: pastorie en kerk GK Thesinge (Wikimedia Commons)

In december viel er bij de predikanten en bij de colleges van kerkrentmeesters een circulaire op de mat. Immers de arbeidsvoorwaarden voor predikanten worden in onze kerk centraal geregeld. Rond de woonbijdrage van predikanten die een pastorie van de kerk bewonen, moest er iets gebeuren. Vooral de predikanten die zagen dat de woonbijdrage omhoog gaat, en een enkel kerkbestuur dat zag dat de woonbijdrage omlaag gaat, schrokken en trekken aan de bel. Hoe zit dat, en wat vindt de VKB?

Achtergrond

Bij een inspectie van het pensioenfonds bleek er een ongerijmdheid met het pensioenreglement. Immers woongenot waarvoor niet (voldoende) betaald wordt, is inkomen in natura. Ook inkomen in natura hoort bij de grondslag voor de pensioenafdracht. Dus: òf er dient voldoende voor het woongenot betaald te worden, òf er (daar waar er sprake is van inkomen in natura) dient extra pensioenpremie te worden afgedragen. Punt is dat de waarde van het woongenot afhankelijk is van de waarde van het huis. Die waarde wordt natuurlijk bepaald door de grootte en de kwaliteit van het huis, maar ook door marktomstandigheden. Dezelfde woningen in het Groningse land of in hartje Amsterdam zullen een andere (financiële) waarde hebben. Hoe bepaal je nu een redelijke maatstaf voor ‘genoeg betaald’?

Overleg en besluitvorming

Deze kwestie is een punt van gesprek en onderhandeling geworden in het zogeheten Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) dat gaat over de arbeidsvoorwaarden voor de predikanten. Uiteindelijk is de nieuwe regeling vastgesteld door de Kleine Synode. In het GOP vertegenwoordigt de VKB de kerkrentmeesters (de gemeenten) en de Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) de dominee’s. Er is niet gekozen voor bv. economische huurwaarde, maar voor een percentage van de WOZ-waarde. Het pensioenfonds wilde dat tenminste het fiscale percentage van 1,75 % zou worden gehanteerd. Het percentage is iets hoger geworden (1,98 %) om gelijk uit te komen met het totale bedrag dat pastoriebewonende predikanten nu gezamenlijk betalen.

De gekozen systematiek levert nog steeds een aantrekkelijke 'huur' op voor de woning die je er voor krijgt (817,- per maand voor een huis van een half miljoen). Daarnaast is er voor elke op termijn 'ongewenste' situatie een overgangstijd van 5 jaar ingebouwd om eventueel tot herschikking te komen (verhuizing naar een goedkopere woning, waarbij verhuiskosten kunnen worden vergoed bijvoorbeeld). Ook is bereikt dat er geen terugwerkende kracht tot 2012 werd toegepast. Maar.. zoals zo vaak bij dit soort algemene regelingen: op individueel niveau kan het verschillend uitpakken.

Redelijke aanpassing

Kortom: het is even wennen, en het zal hier en daar tot heroverweging dienen te leiden over de vraag wat 'passend wonen' betekent voor een predikant met een redelijk normaal middenklasse-inkomen. Misschien moet er wel een realistischer aanbod gedaan worden dan het huidige. In een bijdrage van mijn hand aan het jubileumboek van de BNP van 2018 heb ik geschreven over voor- en nadelen van de pastorieplicht voor gemeenten en de residentieplicht voor predikanten. Inmiddels bewoont zo’n 40 % van de predikanten een eigen woning. Het is tijd om ons diepgaander te bezinnen over de vraag of we beide ‘plichten’ niet gewoon dienen los te laten. Mobiliteit en flexibiliteit is algemeen geworden, ook onder ‘gewone’ burgers.

Voor nu geldt echter dat met name voor jongere predikanten en voor predikanten die in een pastorie met een hoge WOZ waarde (boven de vijf ton) wonen, de woonbijdrage zal stijgen. Laten we eens kijken. Een startende predikant verdient ongeveer 3100,- bruto per maand en een predikant met 20 dienstjaren 5100,- bruto per maand. Dat zijn fatsoenlijke 'salarissen' voor 'gewone' academische professionals. Zodanig fatsoenlijk dat er geen grond is om richting de woonkosten andere maatstaven aan te leggen dan voor andere burgers met een inkomen in ons land. Woonlasten van 800,- tot 1000,- per maand zijn voor een gemiddeld middenklasse gezin heel normaal.

Een beginnend predikant betaalt nu 'maar' ongeveer 400,- woonbijdrage, of hij/zij nu in Amsterdam woont of in Delfzijl. En een predikant met 20 dienstjaren 670,-. Dat wordt uiteraard gevoeld als een verworven arbeidsvoorwaarde. Maar het zijn bedragen die je vandaag de dag in de studentensteden alleen al voor een enkele studentenkamer moet neertellen.

Schrijnende gevallen en maatwerk.

In de circulaire stond die op de mat viel in december stond overigens, dat voor 'schrijnende gevallen' de Kleine Synode in maart 2019 nog nadere besluiten zal nemen. Wij willen als VKB graag voorbeelden van 'schrijnende gevallen' horen, zodat we over voorstellen ter oplossing kunnen meedenken. Maar ‘schrijnend’ is het volgens ons niet als woonbijdragen (bij de traktementen die we in onze kerk aan predikanten betalen) op termijn omhoog gaan richting 800,- à 1000,-, als er ook gewoond wordt in een huis dat dat ook zeker waard is. Daar heeft de VKB - als vertegenwoordiger van de kerkrentmeesters - geen bezwaar tegen gehad in het overleg over deze regeling. En kerkrentmeesters kunnen dat ten overstaan van hun dominee(s), als dat nodig is, onzes inziens ook prima rechtvaardigen.

Schrijnend zou het wel kunnen zijn, als er werkelijk geen fatsoenlijk alternatief is, en men (dominee en gemeente) 'veroordeeld' is tot die éne pastorie die er is (die door marktontwikkelingen opeens heel veel waard is geworden). Daarmee kom ik op die gemeenten die historische pastorieën hebben (al of niet in een ensemble met een kerkgebouw) met WOZ-waarde van ver boven de 5 ton. Dat loopt soms zelf op tot over het miljoen. En toch hecht je er als kerkbestuur aan dat juist dat huis bewoond wordt door de predikant (plus eventueel gezin/partner). Of er zijn (missionaire of diaconale) beleidsoverwegingen om een predikant juist in een ‘dure’ omgeving zich te willen laten vestigen (hartje Amsterdam bijvoorbeeld), terwijl dat gewoonweg niet kan onder de 5 ton. Moet er dan niet sprake zijn van een bovengrens aan de aan woonbijdrage (van bv. 1000,- per maand)?

Kortom: voor de predikanten die in 'extreem' dure pastorieën wonen en niet kunnen verhuizen, of daar waar kerkbesturen dat niet graag zien, moet er nog wel wat bedacht worden, maar over het algemeen pakt de oplossing aardig uit die bedacht is om tegemoet te komen aan de eisen van het nu eenmaal geldige pensioenreglement.