Kosten mobiliteit predikanten

Op 25 januari jl. kwam de Beleidscommissie Mensen (BCM) van het bestuur van de VKB bijeen. Daar werd ook gesproken over de invoering van de maatregelen om te komen tot een betere doorstroming van predikanten. Met name de kosten die dat met zich mee zal brengen, leveren vragen op. Regelmatig bereikt ons de vraag: wat vindt de VKB daar van? Het leek de BCM goed daarover één en ander te melden.

Achtergrond
Even terug in de tijd: in april 2017 heeft de synode een rapport met een samenhangend aantal voorstellen rond de mobiliteit van predikanten aangenomen. Aan dat rapport heeft de VKB meegewerkt. Terecht stelde de synode wel de vraag bij een aantal van die voorstellen of er een inschatting gemaakt kon worden van de mogelijke kosten. Ter bevordering van de mobiliteit bevat het totaalpakket immers een aantal verruimingen om te komen tot verplichte werktijdvermindering voor een predikant bij financieel (dreigend) onvermogen in een gemeente of tot een losmaking met wederzijds goedvinden bij tenminste een diensttijd van 12 jaar. De werkgroep die het rapport opstelde heeft zich terdege gerealiseerd dat daaraan ook een financieel plaatje vast zat. Immers, de predikanten die het zou kunnen betreffen, dienen dan wel van een fatsoenlijke wachtgeldregeling gebruik te kunnen maken. Door hun bijzondere rechtspositie kunnen zij immers niet terugvallen op zoiets als de WW. Maar het betekent ook dat we als kerk en gemeenten voor hen ook geen premies hoeven te betalen. Voor overgangsregelingen dienen we dus zelf samen de pot voor wachtgelduitkeringen te vullen.

Aannemelijk en acceptabel
Inmiddels heeft de Beleidscommissie voor de Predikantstraktementen een beredeneerde verwachting opgesteld, wat de verruimde regelingen mogelijk kunnen gaan kosten. Het blijft onzeker. We hebben nog geen ervaring opgedaan. Hoeveel zal er gebruik gemaakt gaan worden (aantal en duur) van het wachtgeld vanuit de nieuwe regels? We weten het niet. Tegelijk is regeren vooruitzien, dus het is logisch dat de Beleidscommissie voor de Predikantstraktementen een beredeneerde verwachting heeft neergelegd. Ook de VKB heeft meegedaan aan de consultatie die daaraan vooraf ging. Men komt tot een eerste schatting van 1,7 % van de totale beloningssom voor predikanten. Het gaat dus feitelijk om een verzekering: alle gemeenten, die een predikant hebben, betalen mee via een verhoging van de bezettingsbijdrage op termijn in die orde van grootte. Dat is gebaseerd op het inzicht dat de op te lossen fricties in de gehele kerk kunnen voorkomen. Praktisch elke gemeente kan ermee te maken krijgen. Dan is het ook logisch om gezamenlijk de last te dragen. Het komt erop neer dat we samen dus zelf een vorm van ‘WW-premie’ gaan betalen. Het nu berekende en genoemde percentage vindt de BCM van de VKB aannemelijk en acceptabel. Wie het geïsoleerd beschouwd, ziet misschien alleen ‘lastenverzwaring’. Tegelijk dienen we te beseffen, dat het mede voortkomt uit een door de VKB behartigde zaak: het verder ‘normaliseren’ van arbeidsverhouding met predikanten, onder het eerbiedigen van hun bijzondere ambtelijke rechtspositie.

Eenmalige dotatie door gemeente die losmaakt
Ook kwamen er vragen over het drempelbedrag dat een gemeente moet afdragen bij losmaking met wederzijds goedvinden na tenminste 12 dienstjaren. Dat bedraagt maximaal 1,5 keer het bedrag van de bezettingsbijdrage (dus zeg maar 1,5 jaar de kosten voor een predikant). Is dat redelijk, is dat niet hoog? De VKB vindt dit redelijk. Er moet voor zowel predikant als gemeente ook een fianciele drempel zijn om van de regeling gebruik te maken. De predikant kan gaan, maar gaat in de wachtgeldsituatie fors in inkomen achteruit. De gemeente kan haar predikant laten, gaan, maar betaalt maximaal 1,5 jaar mee aan het mogelijke wachtgeld. De VKB gaat ervanuit dat dit uiteraard naar rato zal gebeuren (bij een parttime predikant naar rato, maar ook als de predikant eerder dan binnen 1,5 jaar ergens elders aan de slag gaat). Overigens is het niet zo dat de gemeente het nog te betalen bedrag aan de predikant verschuldigd is, maar aan wat we maar noemen ‘de centrale kas’. De predikant ontvangt vervolgens het wachtgeld waar hij of zij recht op heeft vanuit ‘Utrecht’. Na het ambtelijke afscheid is de band tussen predikant en gemeente formeel dus geheel losgemaakt.

Foto: De Maastrichtse Baptistendominee Jesse de Haan is als amateur wielrenner wel heel erg mobiel, over heuvels en door dalen!